Artikel: Periodeonderwijs

Over periodeonderwijs… Ingrediënten voor een heerlijk, zelf te maken recept.

Door:Trix Roem-Bouwman[1]

Als mensen mij vragen waarom ik voor de vrijeschool kies, noem ik altijd als eerste het periodeonderwijs. Nieuwe ouders, collega’s van andere scholen, onbekende mensen op een verjaardagsfeestje… het maakt niet uit wie het vraagt, als ik begin te vertellen over periodeonderwijs word ik altijd enthousiast. Het fijnst is om er over te vertellen als je ook in het klaslokaal bent waar je een periode geeft, omdat het hele lokaal laat zien met welke periode je bezig bent. De bordtekeningen, de periodetafel, de tekeningen, periodeschriften en werkstukken helpen de toehoorder te laten proeven en ervaren wat een periode kan zijn. Het duidelijkst wordt het natuurlijk door een keer met een klas de periode mee te beleven.

Maar hoe beschrijf je dat voor een reader over periodeonderwijs? Er zijn zoveel aspecten die ervoor zorgen dat een periode goed is…

Ik kies ervoor enkele “ingrediënten” met voorbeelden te beschrijven, daar kan ieder dan zelf een mooi recept van maken. Vooral ook steeds je recept veranderen en eigen ingrediënten toevoegen of ingrediënten weglaten! Een periode moet vooral geen methode worden, maar een levendig scheppingsproces.

Thema van de periode past bij de ontwikkelingsfase en het jaarthema van de klas.

Wat een prachtig bouwwerk is het vrijeschoolleerplan! Vorig jaar gaf ik les in klas 6 en werd me hernieuwd duidelijk hoe mooi de periodes in het jaarthema passen. In de zesde klas kunnen we de Romeinen overal tegenkomen: in de rekenperiode over procenten (keizer Augustus had geld nodig om zijn vervallen rijk op te knappen en stelde pro centum in; eenhonderdste deel belasting op alle inkomsten), in de aardrijkskundeperiode over het weer (de verschillende soorten wolken hebben Latijnse namen), in de meetkundeperiode bij het construeren en berekenen (de Romeinen waren fantastische bouwmeesters), in de mineralogieperiode bij het vulkanisme (de beroemde geschiedenis van Pompeii). Prachtige ontdekkingen voor leerkracht en leerling als je vakoverstijgend je lessen kunt geven.

Leraar en leerlingenleren iets nieuws.

Om je te kunnen verbinden met de lesstof is enthousiasme nodig: blij worden van nieuwe vaardigheden of kennis. Dat geldt voor leraren en leerlingen. Als er in de werkuren al veel breukensommen voorbij kwamen, is de breukenperiode veel minder een belevenis dan wanneer de breuken helemaal nieuw zijn voor een vierde klas. Belangrijk is om uitdaging te zoeken, te zorgen dat er voor alle leerlingen (ook als ze hoogbegaafd zijn) in de periode nieuwe lesstof zit. Ik zie nog de jongen voor me die zijn pannenkoek verdeelde in 1024e stukjes (kleiner lukte tot zijn spijt niet) en zijn ijver daarna om getallen tot in een uiterste te verdelen.

Verbaasd was ik over een zevende klas die niet enthousiast werd van de sterrenkundeperiode, in tegenstelling tot alle andere klassen die ik sterrenkunde gaf. Tot ik mij realiseerde dat ik me baseerde op mijn al aanwezige kennis. Ik had in twee jaar tijd al acht periodes sterrenkunde gegeven in verschillende zevende klassen en ik was moe. Ik stond zelf niet meer iedere avond buiten om nieuwe sterrenbeelden te ontdekken. Toen ik me dit realiseerde dook ik de lesstof weer in om andere aspecten te belichten. Ik werd zelf weer nieuwsgierig en toen kreeg ik de klas wel mee.

Klassendoelen en persoonlijke doelen.

Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Je hebt de doelen van je groepsplan, de doelen van je zorgleerlingen, de kerndoelen, je periodedoelen… Je vindt het ook nog belangrijk dat kinderen hun eigen doelen mogen bedenken. Het lijkt een onmogelijke klus.

Tot mijn grote opluchting ontdekte ik op een dag dat als je begint met je periodedoelen (waarom deze lesstof, op deze leeftijd, in deze klas?) en de kinderen vertelt waar de periode over zal gaan, dat het daarna als een puzzel in elkaar past. Zelfs mijn derdeklassers konden heel goed verwoorden wat ze graag wilden leren, zelden hoefde ik daar een doel uit een groepsplan aan toe te voegen. Bij iedere periode passen meerdere kerndoelen, waardoor het niet lastig is om ze allemaal een keer aan bod te laten komen. Soms beschrijft een kerndoel gewoon je periode. Bijvoorbeeld kerndoel 42 voor de natuurkundeperiode in klas 6: De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

Vaak deed ik zelf leuke ideeën op voor de inhoud van de periode door de doelen die leerlingen zichzelf stelden in hun voorwoord. Hoe leerzaam en doelbewust is vaak ook het nawoord, waarin ze beschrijven wat er van hun doelen terechtgekomen is.

Inrichting van het lokaal.

Periodeonderwijs leeft echt als je aan het lokaal kunt zien met welke periode de klas bezig is. Zelfs bij taal- en rekenperiodes is het mogelijk om een periodetafel te maken, waarmee je kinderen uitdaagt om nieuwe vaardigheden te ontdekken. Ik wist niet hoeveel soorten klokken en andere voorwerpen waarmee je de tijd kunt meten er bestonden tot ik een keer een tweede klas had met een enorme verzameldrift. Leren klokkijken werd er veel leuker van. En wat bestaan er veel mooie dichtbundels, ook voor jonge kinderen. Het hoeft echt geen periode mineralogie te zijn om een mooie tafel te maken, hoewel die periode natuurlijk wel heel dankbaar is voor alle stenenverzamelaars in de klas. Boeken over het onderwerp verzamelen in de schoolbibliotheek en bij kinderen thuis geeft ook veel lesmogelijkheden. Als de kinderen enthousiast worden van een periode, komt er van alles mee. Bordtekeningen en werk van de kinderen maken het compleet. De klas mag er ook best als een soort werkplaats uitzien als de periode daarom vraagt. Als de maquette van de Nijl een paar weken in de klas staat, blijft dat de kinderen meer bij dan een plaatje in een lesboek.

Alle vakken doen mee.

In deze gejaagde tijd vol vluchtige indrukken lijkt het voor kinderen moeilijker te worden om zich met de lesstof te verbinden. Voor kinderen met leer- of gedragsmoeilijkheden is dit nog lastiger. Periodes helpen bij het maken van de verbinding en dat kun je nog versterken door ook de andere vakken in het periodethema te plaatsen. Dicteewoorden en begrijpend leesteksten over de periode. Schilder- , teken- en handvaardigheidopdrachten over het thema van de periode. Verhalen uit de vertelstof die passen bij het onderwerp. Vreemde talen, liedjes, ritmeoefeningen, ict opdrachten… alles kan gecombineerd worden. Vaak komen kinderen dan ook met ideeën voor lessen, waardoor ze zich nog meer verbinden.

Gebruik maken van de nacht.

Rudolf Steiner benadrukte al de werking van de nacht en hoe je die kunt inzetten in een periode. In deze tijd met directe instructiemodellen hebben we weleens de neiging om dat te vergeten. Talloze voorbeelden heb ik bij kinderen gezien van inzicht in en verbinding met de lesstof door een onderwerp de ene dag aan te bieden en de volgende dag te verwerken. Door het vele oefenen dat we in onze klassen doen, kan het ook gebeuren dat we het ‘vergeten en weer herinneren’ geen ruimte geven. Na iedere periode dit vergeten bewust inzetten is van groot belang. Er zijn nog genoeg anderen dingen die je kunt oefenen. Laat de nieuwe periodestof eerst maar even rusten.

Verbinding met thuis.

Iedere week een huiswerkopdracht is mijn streven in een periode. In de lagere klassen is dat een doe-opdracht. Bijvoorbeeld: let eens op hoe laat je de hond uitlaat, hoe laat jullie eten, hoe laat je naar bed gaat enzovoort. Vanaf klas 4 is dat een opdracht die ze opschrijven of tekenen of maken. Het huiswerkschrift is een periodeschrift zodat het werk er ook verzorgd uit kan zien. De opdrachten hebben een minimumeis, maar ik daag de kinderen uit om daar een eigen vorm aan te geven. Hun persoonlijke interesses worden daardoor heel zichtbaar. Als de opdracht heel open is, bijvoorbeeld bij plantkunde “doe iets met planten” krijg je verrassende resultaten! Ware kunstwerken maken kinderen of lekkere baksels, zalfjes, kruidenthee, een herbarium.

Lessen buiten het klaslokaal.

Door te doen en te ervaren leren kinderen veel. Het klaslokaal is daarvoor te beperkt. In de rekenperiode een vierkante decameter met daarin vierkante meters tekenen op het plein, in de aardrijkskundeperiode een toren beklimmen voor een overzicht over de stad, in de plantkundeperiode een speurtocht door een heemtuin… er is van alles te bedenken. Maar alleen al een wandeling met waarnemingsopdrachten zet kinderen aan tot leren. Bij natuur denken we niet snel aan de stad, maar het is verrassend hoeveel dieren en planten je daar kunt ontdekken. In een tuin tussen bloemen en insecten komen kinderen tot prachtige gedichten. Bij een mooi bouwwerk raken ze geïnspireerd tot gedetailleerd tekenen of zelf bouwen. Een keer een rechtszaak bijwonen of meedoen aan wandelen voor water maakt de wereld inzichtelijker dan erover praten in het klaslokaal.

Gastdocenten.

In de (groot)oudergroep is veel kennis aanwezig over allerlei onderwerpen door de verschillende beroepen en hobby’s. De kinderen kunnen veel leren van een vakman of vakvrouw. Zo had ik in mijn derde klas een advocaat en een rechter onder de ouders. Samen speelden ze met de kinderen een rechtszaak na in de beroepenperiode met een casus die voor de kinderen goed te begrijpen was. De kinderen waren de advocaten en bedachten met onze echte advocaat de argumenten. De rechter deed uitspraak. In de zesde klas gingen we met dezelfde ouders naar een echte rechtszaak, vertelde een vader over zijn vondst Romeinse munten en een oom over de werking van edelstenen. In de vijfde klas maakte een moeder hennatekeningen op de handen van de kinderen en vertelde een vader over bijzondere planten in zijn tuin. Voor ieder schooljaar zijn wel gastdocenten te vinden binnen de school en daarnaast is het ook leerzaam om iemand van natuurmonumenten of bijvoorbeeld de stadsdichter of een schrijver te vragen.

Opdrachten op maat (temperamenten, verschillende talenten, jongens/meisjes)

In iedere klas zitten zeer verschillende kinderen die op verschillende wijze leren. Het is een prachtige uitdaging om je periodeopdrachten zo veelzijdig te maken dat al die verschillen tot hun recht kunnen komen. Bij natuurgerichte opdrachten, technische of praktische opdrachten of bij muzikale opdrachten komen heel andere kinderen naar voren dan bij cognitieve opdrachten. Dit geeft zelfvertrouwen. Stomverbaasd was een leerlinge die rekenen en taal erg moeilijk vond, dat de andere kinderen de namen van kruiden en edelstenen niet wisten, dat was voor haar iets vanzelfsprekends. Vanaf dat moment was zij een deskundige in de klas. Ons onderwijs in Nederland is sterk op meisjes gericht en daardoor hebben jongens de neiging tot onderprestatie. Door periodeopdrachten te bedenken waarbij kinderen zelf mogen onderzoeken en ontdekken komen de jongens meer tot hun recht. Ook daartoe leent iedere periode zich. Coöperatieve werkvormen waarbij de kinderen leren van elkaar zijn daarbij ook zeer zinvol.

Verwerking op maat, gericht op ontwikkeling.

Door verschillende verwerkingsvormen en keuzeopdrachten aan te bieden krijgen kinderen de mogelijkheid zich te ontwikkelen. De eisen en beoordeling kunnen dan ook verschillend zijn. De persoonlijke doelen van kinderen kunnen zo hun plek krijgen. Het mooiste periodeschrift dat ik ooit heb mogen ontvangen was van een achtste klas leerling van de praktische stroom. Deze jongen was zo dyslectisch dat periodeteksten schrijven een ramp voor hem was. Hij heeft zijn geschiedenis periodeschrift over Amerika volledig getekend met hier en daar een kort tekstje in de tekening. Schitterende tekeningen van de Pilgrimfathers, de Boston Tea Party, de slavernij, de levens van George Washington en Abraham Lincoln… Zo gedetailleerd en sprekend dat daar geen tekst tegenop kon!

Presentatie.

Door de periodestof te presenteren komt er een laagje verdieping bij. Een dankbare vorm van presentatie is een “markt” waarbij kinderen over hun werkstuk vertellen aan ouders en belangstellenden of leerlingen van een andere klas. Dat kan bijvoorbeeld bij de winkelperiode, de periode economische aardrijkskunde of de geschiedenisperiode over de middeleeuwen met een markt waar ze ook werkelijk zelfgemaakte producten verkopen (opbrengst voor een goed doel of het schoolkamp). Maar het kan ook door bijvoorbeeld over praktische Romeinse werkstukken te vertellen. Als je de ouders vraagt om vragen te stellen, oefenen de leerlingen zich in een steeds beter verhaal over hun werkstuk. Vaak hoorde ik een leerling iets over zijn werkstuk vertellen wat een vorige ouder gevraagd had. Ook heel mooi om te zien hoe verschillend je een Romeins aquaduct, villa of badhuis kunt maken als je de materiaalkeuze vrij laat en wat een originele onderwerpen kinderen kiezen (bijvoorbeeld Romeinse spelletjes of sieraden of het toilet). Een spreekbeurt of een onderdeel van een periodeles bij een schoolpresentatie kan natuurlijk ook. Hoe ouder de leerlingen worden, hoe beter ze zelf de presentatie kunnen vormgeven.

Eigentijds onderwijs, toekomstgericht.

Een geschiedenisperiode is misschien een uitzondering, maar verder is het belangrijk om in een periode eigentijds en toekomstgericht bezig te zijn. Ook in de geschiedenisperiode kun je echter kiezen voor het opzoeken van informatie of het bekijken van educatieve filmpjes op de computer. In bijvoorbeeld de boerderijperiode is het belangrijk om het proces van zaaien, maaien, dorsen, wannen en malen van graan te beleven als ambachtelijke handelingen. Daarnaast is het goed om te kijken hoe we dat nu doen. Bijvoorbeeld door te begrijpen wat een combine doet. Kinderen die gewoonlijk niet graag tekenden, vonden het erg leuk om de doorsnede van een combine te tekenen. Bij werkstukken in de hogere klassen kunnen leerlingen filmpjes maken ter verduidelijking van hun onderwerp. Iedere generatie komt iets nieuws brengen. Het is fascinerend om de signalen proberen op te vangen van de generatie die nu in je klas zit. Door ruimte te bieden aan eigen ideeën in de periode zie je daar glimpjes van.

Periodevoorbereiding radicaal durven omgooien.

In deze tijd waarin we het belangrijk vinden om alles op papier te zetten of digitaal bij te houden hebben we de neiging om de periode van tevoren helemaal uit te werken en met collega’s te delen. Als leidraad is dat prima. Soms vraagt een klas echter om een totaal andere invulling dan bedacht is. Er is durf voor nodig om dan te besluiten het radicaal anders te doen. Om de periode levend en toegespitst op de klas te houden is dat wel belangrijk. Zo voorkomen we dat ons periodeonderwijs een soort methode wordt. Prachtige lessen kunnen ontstaan uit spontane ingevingen.

Terugblik.

Na een periode is het natuurlijk goed om te evalueren. Zijn de klassendoelen en de persoonlijke doelen gehaald? Had ik voor de verschillende temperamenten en verschillende talenten voldoende opdrachten? Wat zijn de klassenresultaten en wat zijn de resultaten van individuele kinderen?

Daarnaast is het leerzaam en boeiend om met leerlingen terug te blikken in persoonlijke gesprekjes. Bijvoorbeeld aan het eind van een schooljaar te vragen welke periode het meest aansprak en waarom. Of aan het eind van klas 6 te vragen welke periodes ze van ieder jaar onthouden hebben. Wat ze interessant vonden.

Graag vraag ik ook oud-leerlingen om na langere tijd terug te blikken. Mij valt op dat ze dan vakken onthouden hebben waar ze later weer iets mee zijn gaan doen, bijvoorbeeld in hun beroep. Daarnaast herinneren ze zich de bijzondere praktische opdrachten zoals de middeleeuwse markt, de huizenbouwperiode en de excursies van de periodes.

[1] Trix Roem-Bouwman heeft 39 jaar ervaring in het geven van periodeonderwijs op de vrijeschool onderbouw in Deventer en Groningen en op de bovenbouw in Zutphen en Groningen.

Vrijeschoolkompas

Thema: Planeetkwaliteiten

Het vrijeschoolonderwijs kent in de leeftijd van 14 tot 21 jaar een indeling naar zeven ’planeetkwaliteiten’. Deze helpt om gedrag te benoemen, zonder daarmee een leerling direct in een hokje te stoppen.

Thema: De vier temperamenten

Ieder mens heeft zijn eigen fysieke en mentale eigenschappen en zijn specifieke gedrag en reacties op prikkels van buitenaf. In dit thema behandelen we de vier verschillende temperamenten om ze te herkennen en te gebruiken.

Thema: Getuigschriften

Kenmerkend voor de vrijeschool is dat de leerlingen een getuigschrift krijgen. Lees in dit thema meer over wat een getuigschrift precies is en hoe je ermee omgaat.

Thema: De pedagogische wet

Verschillende behoeften van leerlingen in verschillende fases kunnen we verklaren vanuit de pedagogische wet. In dit thema gaan we hier dieper op in zodat we dit bewust kunnen toepassen.

Thema: Verhalen vertellen

Leraren op de vrijeschool vertellen veel verhalen. Dat heeft een duidelijke reden. In dit thema gaan we hier uitgebreid op in.

Interview: ervaring met 39 jaar periodeonderwijs

Wat is het geheim van het periodeonderwijs en hoe ziet het er in de praktijk uit? Trix Roem blikt met 39 jaar ervaring terug. Ook vertelt ze over het coachen van beginnende leerkrachten.

Thema: Periodeonderwijs

Eén van de belangrijke pijlers van de vrijeschool is het periodeonderwijs. In dit thema lees je over het hoe en waarom van het periodeonderwijs en wat dit voor jou als leraar betekent.

Thema: Herhaling en ritme

Met een breed vakkenaanbod, rijk aan ritmische werkvormen kunnen we het cognitieve, het kunstzinnige en het praktische aanspreken.