Inleiding in de pedagogische opdracht
Het doel van het vrijeschoolonderwijs is leerlingen opvoeden tot zo volledig mogelijk en unieke mensen, verbonden met het grotere geheel waar zij deel van uitmaken. Het onderwijs is niet alleen op persoonlijke of individuele ontwikkeling gericht, maar streeft juist ook maatschappelijke en collectieve doelen na. Het onderwijs is gericht op het zodanig opvoeden van kinderen en jongeren dat ze als volwassenen gevoel hebben ontwikkeld voor verschillende aspecten van de samenleving. Je zou de samenleving in kunnen delen in drie hoofdgebieden (zie groene kader hieronder): het economisch leven (productie, distributie en consumptie ter bevrediging van menselijke behoeften), het rechtsleven (wetten, regels en afspraken) en het culturele leven (religie, wetenschap, kunsten en opvoeding). In het rechtsleven mag het principe van de gelijkheid heersen (het democratische), in het culturele leven mag de vrijheid heersen (het liberale) en het economisch leven mag uitgaat van broederschap (het sociale). Met het vrijeschoolonderwijs streven we deze driedeling na.
Al tijdens de eerste wereldoorlog formuleert Rudolf Steiner zijn ideeën over de oorzaken en de oplossingen van de sociale noden van het begin van de 20e eeuw die zijns inziens mede geleid hebben tot de eerste wereldoorlog. Hij baseert zich daarbij op de ongezonde ontwikkelingen in de Europese industrielanden die geleid hebben tot onoplosbare problemen op sociaal gebied. Zijn oplossing ligt in het besef dat de maatschappij net zoals het menselijk organisme een drieledig organisme is, elk deel met zijn eigen kenmerken en wetmatigheden, en waartussen een beweeglijk maar gezond evenwicht moet heersen. Emil Molt, toenmalige directeur van de Waldorf-Astoria-sigarettenfabriek was hier enthousiast over en vroeg Rudolf Steiner om vanuit deze gedachte een school vorm te geven om de naoorlogse jeugd op te voeden. Dit werd de vrijeschool.
‘De vraag is niet, wat de mens moet kunnen en weten teneinde zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen; maar wel, wat er in aanleg in de mens aanwezig is en in hem ontwikkeld kan worden. Pas dan kan de opgroeiende generatie de maatschappij steeds opnieuw met nieuwe krachten verrijken.’
Een bekend motto van de vrijeschool is ‘worden wie je bent’ of ‘volwassen in de wereld willen staan’. Hier bedoelen we mee dat je:
● zodanig autonoom bent dat je op basis van authenticiteit, oordeelkundigheid en innerlijke vrijheid kunt denken, voelen en handelen waarbij denken, voelen en willen met elkaar verbonden zijn (vrijheid);
● in alles wat je doet, denkt en voelt, ervaart dat je verbonden bent met de wereld om je heen (broederschap);
● bereid bent om denken, voelen en handelen, zo vorm te geven dat je je wilt inzetten voor anderen en de wereld, terwijl je recht doet aan jezelf, aan die anderen en aan de wereld. (gelijkheid)
Om leerlingen te laten worden wie zij zijn en om hen volwassen in de wereld te kunnen laten staan, moeten zij zich in de volle breedte kunnen ontwikkelen. Daarbij staat het ontwikkelen van het denken, voelen en willen centraal. Daarnaast is het belangrijk dat leerlingen vaardigheden leren, de wereld leren kennen en zo leren waarnemen dat zij hun eigen oordeel kunnen gaan vormen.
Leerlingen leren zichzelf kennen: wie ben ik? Wat kan ik? Hoe ga ik met de wereld om? Op welke manier kan ik aan de wereld bijdragen? Wat zijn mijn talenten en ook: wat zijn mijn drempels? En tegelijkertijd: ik ben hier met andere mensen op deze wereld. Hoe ga ik met hen om? Het vrijeschoolonderwijs wil kinderen de gelegenheid bieden om al die aspecten van het leven tegen te komen. Zo kunnen zij oefenen, zich ontwikkelen, zich bewust worden van tegenstellingen. Ook leren zij dat het leven een voortdurende zoektocht is naar een balans tussen die tegenstellingen.
In de praktijk
Dit Kompas geeft een overzicht van de bouwstenen die het doel van het vrijeschoolonderwijs ondersteunen. Zo kun je alle uitgangspunten en thema’s zien als manieren om het doel na te streven.
Verder lezen:
Biesta, G.J.J. (2011). De school als toegang tot de wereld.: een pedagogische kijk op goed onderwijs. IN R. Klarus en W. Wardekker (Eds.), Wat is goed onderwijs? Bijdragen uit de pedagogiek (p. 15-35). Den Haag: Boom Lemma uitgevers.
Biesta, G.J.J. (2014). http://nivoz.nl/artikelen/wat-is-goed-onderwijs-over-kwalificatie- socialisatie-en-subjectivering/)
Deci, E. L., & Ryan, R.M. (2012). Motivation, personality, and development within embedded social contexts: An overview of self-determination theory. In R.M.Ryan (Ed.), Oxford handbook of human motivation (pp. 85-107). Oxford, UK:Oxford University Press. doi: 10.1093/oxfordhb/9780195399820.001.0001
Clercq Zubli, E. de (2001). Inleiding. In R. Steiner, Opvoeden en onderwijzen als sociale opgave. Hemrik: Nearchus C.V.
Mayo, A. (2015). Lectorale rede: Autonomie in verbondenheid: waarde(n)vol onderwijs voor nu en in de toekomst. Leiden: Hogeschool Leiden.
Steiner, R.(1919). GA 295: Erziehungskunst; Seminarbesprechungen und Lehrplanvorträge. Stuttgart, 23 augustus 1919.
Steiner, R. (1966). Opvoeding van het kind in het licht van de anthroposofie. Zeist: Uitgeverij Vrij Geestesleven.
Steiner, R. (2001). Opvoeden en onderwijzen als sociale opgave. Hemrik: Nearchus C.V.